|
Waar ‘vuurvlieg’ het wezen vrij letterlijk definieert — als een bron van vuur, een metafoor voor de fakkel of kaars die het pad verlicht — spreekt het Portugese vagalume over beweging: over een licht dat dwaalt en zoekt. Misschien suggereert het hoe het wezentje zelf zijn aardse bestaan ervaart, eerder dan hoe het door het menselijk oog wordt gezien.
Hoe dan ook, wat mij het meest raakt aan het oude Galicische woord vagalume, is dat het tegenwoordig het lot van de insectensoort zelf lijkt te weerspiegelen. De gloed die uit onze moderne steden straalt, verstoort hun vluchtige lichtsignalen en laat ze dwalen in een bleke, verstoorde duisternis.
Dit werd me vooral duidelijk toen ik biologe en vuurvliegonderzoeker Stephanie Vaz ontmoette, van wie ik voor het eerst hoorde via een artikel op Mongabay over de achteruitgang van bioluminescente insecten in Brazilië. We ontmoetten elkaar rond de schemer van de avond in Rio de Janeiro; de lucht was warm en zacht verlicht terwijl we met een verfrissend drankje spraken over haar PhD-onderzoek.
Zij en haar team ontdekten dat lichtvervuiling een van de snelst groeiende bedreigingen vormt voor vuurvliegpopulaties in het zuidoosten van Brazilië. Hun bioluminescente pulsen — gesynchroniseerde signalen die dienen voor communicatie en paring — vervagen onder de gloed van menselijke verlichting, die diep doordringt in het bladerdak van het bos.
“Licht stopt niet bij de grenzen,” vertelde ze me. “En daarom zijn beschermde gebieden alleen niet genoeg.”
Nadat ze me een tatoeage van een vuurvlieg op haar bovenrug had laten zien — geïnspireerd op een Photinus-soort uit het Atlantisch Woud — vertelde ze over haar ambitie om een vuurvliegreservaat op te richten in de deelstaat Rio de Janeiro. Een plek waar de duisternis beschermd kan worden, en net zo belangrijk, waar bewustwording kan groeien over de effecten van lichtvervuiling veroorzaakt door het overmatige en ondoordachte gebruik van kunstmatig licht.
Ons gesprek dreef op natuurlijke wijze richting de mogelijkheid van samenwerking — een die kunst, wetenschap en ecologie met elkaar zou kunnen verbinden door een gedeeld verlangen om de nacht en al haar wezens daarin te beschermen. Het voelde betekenisvol om haar te ontmoeten, nadat onze agenda’s eindelijk samenvielen — opmerkelijk genoeg gebeurde dit op de allerlaatste dag van mijn reis.
* * *
Na terugkomst in Nederland, overspoeld met inspiratie maar ook uitgeput na drie maanden van dwalend creeëren, stelde ik mezelf een eenvoudige vraag:
Waarom zouden mensen zich druk maken om de achteruitgang van vuurvliegjes terwijl gletsjers smelten? Terwijl waterreserves opdrogen? Terwijl we op weg zijn naar twee graden boven het pre-industriële niveau, met verwoestende gevolgen?
Aanvankelijk leek het triviaal — een poëtische afleiding van de grotere rampen van onze tijd. Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte dat er eigenlijk weinig verschil is. Het verdwijnen van de vuurvliegjes en de afname ijskappen zijn twee symptomen onder dezelfde toestand: een wereld die steeds meer overbelicht, oververhit en uit balans raakt.
Hoe meer ik de vagalume bestudeerde, hoe meer ik verliefd raakte op de wetenschap achter hun charismatische synchroniciteit. Het voelt alsof ze een verhaal willen vertellen — een verhaal over hoe licht kan bestaan zonder te schaden, maar in harmonie leeft met zijn omgeving.
* * *
Het onderzoek van Stephanie Vaz bevestigde deze logica: waar duisternis gedijt, doen vuurvliegjes dat ook. Met hun onschatbare waarde als bio-indicatoren is hun fragiele licht niet alleen een signaal, maar ook een maatstaf voor de gezondheid van de ecosystemen waarin ze leven. Een scherpe afname duidt op bredere ecologische veranderingen, zoals verslechterde bodems, en het verlies van vegetatie en biodiversiteit. In het geval van lichtvervuiling weerspiegelt hun verdwijnen, het verdwijnen van de nacht zelf.
Daarom zijn de vuurvliegjes, of vagalumes — onder de vele namen die dit intrigerende wezen heeft gekregen — voor mij wat sterrenbeelden zijn voor een astronoom: een herinnering dat elke gloed afhankelijk is van de duisternis die haar draagt.
|